Aids en HIV

Aids en HIV

Twee zaken die vaak met elkaar verward worden zijn Aids en HIV. De beide varianten zijn niet te genezen, maar als je met HIV besmet bent hoef je nog geen aids te hebben. Veel mensen weten het verschil niet en daarom hier een uitleg.

De afkorting aids staat voor Aquired Immune Defiency Syndrom. In het Nederlands betekent dit dat je afweersysteem het laat afweten. Dat komt dan weer door besmetting met het HIV virus. Normaal is het lichaam sterk genoeg om virussen het hoofd te bieden maar bij aids is dit dus niet het geval.

Klachten zijn vermoeidheid,koorts en last van zweet. Daarnaast krijgt men vaak last van kortademigheid en hardnekkige diarree. Veel mensen ervaren ook een griepgevoel. Een griepje kan je overheen komen, maar aan aids ga je dood.

Als je besmet bent met HIV tellen de artsen het aantal witte bloedcellen. Dit zijn de cellen die alles aanvallen dat niet in je lichaam thuis hoort. Een gemiddeld mens heeft tussen de 500 en 1500 witte bloedcellen en kunnen zichzelf een gezond mens noemen. Wordt er duidelijk dat je onder de 500 cellen zit dan is er iets mis met de je immuunsysteem. Bij 200 of minder witte bloedcellen is het aantal bijna tot het nul-punt gezakt. Dan kom je in de high risk fase en heb je aids.

Aids is het laatste wat een mens wil hebben. Als je weet dat je met HIV besmet bent, zijn er aidsremmers te verkrijgen. Aidsremmers zijn een combinatie van pillen bij elkaar, die je meerdere malen per dag moet slikken. Niet leuk, maar wel nodig.

Aids is niet leuk en besmetting is dan ook goed te voorkomen. Het beste middel om een besmetting te voorkomen is veilige seks. Zorg dus dat je een condoom gebruikt, gebruik naalden geen twee keer en voorkom bloedcontact.

Reageer

Emailadres wordt niet getoond.


*