Verschillen testen soa-poli’s groot

Als het gaat  om testen op lymphogranuloma venereum (LGV) verschillen Nederlandse soa-poli’s nogal. In sommige klinieken wordt de stijging van het aantal gevallen daardoor onderschat. Dit is te lezen in Eurosurveillance, een uitgave van het european centre of desease prevention and control (ECDC).

Lymphogranuloma venereum of LGV is een geslachtsziekte die wordt veroorzaakt door een variant van Chlamydia. De SOA begint vaak met een zweertje op de penis of rondom de anus. Als de SOA in het volgende stadium komt ontstaan zwerende lymfklierpakketten in de buurt van liezen en bij besmetting rond de anus, fistels en bindweefselvorming.

Al enkele jaren is er sprake van een epidemie van LGV bij mannen die seks hebben met mannen (MSM). Onderzoekers maakten eerder dit jaar al bekend dat het aantal gevallen van LGV leek toe te nemen. De Nederlandse dermatologen en venereologen (NVDV) pleiten er daarom dan ook voor dat bij wie anorectale chlamydia wordt vastgesteld, ook onderzocht moeten worden op LGV. Richtlijnen van het LCI schrijven voor dat getest moet worden op LGV bij klinische symptomen.

Het verschil in richtlijnen voor controle op LGV verklaart het verschil in testen tussen de soa-poli’s op LGV bij MSM met anorectale chlamydia. In 2011 testte een kliniek 20 procent van de gevallen en een andere kliniek 95 procent van de gevallen. De onderzoekers geven aan dat het van belang is dat de verschillende richtlijnen meer op elkaar gaan aansluiten.

Reageer

Emailadres wordt niet getoond.


*